Meebewegen waar het nodig is en stevig blijven staan waar dat kan
Wanneer kinderen groter worden, wordt opvoeden niet per se makkelijker
Toen mijn oudste kinderen klein waren, dacht ik weleens: als ze straks groter zijn, krijg ik vast meer tijd. Minder luiers, minder slaapgebrek, minder toezicht. Gewoon… meer ruimte.
Nu mijn grote jongens ouder zijn geworden, kan ik zeggen dat daar zeker een kern van waarheid in zit. De praktische zorgtaken zijn minder geworden. Ik hoef hen niet meer te helpen met aankleden, tandenpoetsen of veters strikken. Ze zijn soms wel nukkig maar er zijn geen driftbuien omdat een beker de verkeerde kleur heeft en niemand ligt huilend op de grond omdat zijn boterham doormidden is gesneden.
Wat ervoor in de plaats komt, is vaak ingewikkelder.
De vragen die jongvolwassenen hebben, zijn niet meer met een pleister of een knuffel op te lossen. Het gaat over studie, werk, relaties, vriendschappen, geldzaken, onzekerheden en keuzes die gevolgen hebben voor hun toekomst. Soms gaat het over dure levenslessen door leerfouten die ze hebben gemaakt. Soms willen ze advies. Soms willen ze alleen hun verhaal kwijt. En soms weet je als ouder ook niet direct wat wijsheid is.
Wat me ook opvalt, is hoe onvoorspelbaar deze fase is.
Kleine kinderen zijn verrassend overzichtelijk. Na school wordt er gespeeld, gegeten, gebadderd en geslapen. Je draait een was, ruimt wat speelgoed op en de dag heeft een redelijk vast ritme.
Bij jongvolwassenen verloopt dat heel anders. Een gesprek dat eigenlijk vijf minuten zou duren, wordt ineens een uur. Een vraag komt niet om drie uur ’s middags, maar om half twaalf ’s avonds wanneer je zelf eigenlijk naar bed wilt. Mee-eten wordt soms pas een minuut van tevoren besloten. Plannen veranderen. Er gebeurt van alles buiten jouw gezichtsveld en vaak hoor je pas achteraf wat er speelde áls je überhaubt hoort wat er zich af heeft gespeeld.
Ik vind de late puberteit en jongvolwassenheid een fascinerende levensfase. Je ziet hoe kinderen langzaam hun eigen mens worden. Hun eigen ideeën ontwikkelen. Hun eigen fouten maken. Hun eigen weg zoeken.
Tegelijkertijd vind ik het soms ook lastig. Juist omdat je moet loslaten wanneer je dingen fout ziet gaan én je tegelijkertijd meer moet vertrouwen.
Wat mij helpt, is een vaste koers varen.
Niet iedere onverwachte situatie hoeft het hele gezin op zijn kop te zetten. De kleintjes blijven hun ritme houden. Er wordt gewoon gegeten op de gebruikelijke tijd. Bedtijden blijven bedtijden. Het huishouden draait door.
Dat betekent niet dat ik niet luister of er niet voor mijn grote kinderen ben. Integendeel. Maar ik heb geleerd dat het niet altijd nodig is om alles aan te passen aan de behoeften van één gezinslid, hoe belangrijk die behoeften ook zijn. Als ze mij nodig hebben weten ze mij te vinden en anders weet ik hun wel te vinden ;)
De jongvolwassene leert omgaan met het echte leven en de kleintjes hebben juist baat bij voorspelbaarheid. Door vast te houden aan onze basis, ontstaat er ruimte voor allebei.
Volwassen kinderen betekent niet automatisch dat de mentale belasting afneemt; de aard van die belasting verandert gewoon.
Misschien is dat wel wat ouderschap steeds opnieuw van ons vraagt: meebewegen waar het nodig is, maar stevig blijven staan waar dat kan.