Over perfectionisme, studeren met een vol hoofd en waarom je soms gewoon moet beginnen.
Vroeger kon ik tijden achter mijn computer zitten zonder echt iets gedaan te krijgen.
Ik ging zitten om aan een studieopdracht te werken. Laptop open, documenten erbij, kop thee naast me. Klaar om productief te zijn!
Tot ik bedacht dat er nog een wasmand op me stond te wachten. En het speelgoed van de kinderen moest eigenlijk ook nog worden opgeruimd. O ja, de boodschappen moesten nog worden gehaald. Wat gaan we eigenlijk eten deze week? En had ik die ene mail eigenlijk al beantwoord?
Voor ik het wist, was ik van alles aan het doen, behalve datgene waarvoor ik achter mijn computer was gaan zitten.
En als ik dan eindelijk aan mijn opdracht begon, ontstond er een ander probleem. Was mijn onderzoek wel goed genoeg? Had ik dit hoofdstuk wel goed geschreven? Moest ik niet eerst nog een paar artikelen lezen? En wat als mijn docent straks vond dat ik het helemaal verkeerd had aangepakt?
Ik kon eindeloos analyseren, twijfelen en verbeteren voordat er überhaupt iets op papier stond. Mijn hoofd voelde op een gegeven moment letterlijk gefrituurd. En mijzelf dan maar afvragen waarom ik toch geen stof in mij kon opnemen..
Tijdens het leren uit een boek was het niet anders. In plaats van de informatie rustig tot me te nemen, was ik voortdurend bezig met alles wat ik niet goed genoeg deed.
Ik had het gevoel dat ik tekortschoot. Als moeder, als student en zelfs als internationaal spreekster, wat ik destijds deed.
En weet je wat er gebeurt als je je al overweldigd voelt, je achter een computer zit en het internet binnen handbereik hebt?
Er zijn zoveel leukere dingen te doen dan studeren. ;-)
Het resultaat was dat ik ontzettend veel tijd verspilde aan alles behalve datgene wat ik eigenlijk wilde doen.
Op een gegeven moment was ik er klaar mee. Dit moest anders. En belangrijker nog: het kon anders.
Mijn perfectionisme en mijn to-do-lijst is niet ineens verdwenen. Op sommige vlakken ben ik nog lang niet waar ik zou willen zijn. Maar inmiddels herken ik mijn struikelblokken beter en heb ik technieken geleerd waarmee ik mezelf weer op weg kan helpen.
Dit zijn de dingen die mij helpen om minder uit te stellen en meer gedaan te krijgen, zonder mezelf voortdurend onder druk te zetten.
1. Begrijp waarom je uitstelt
We noemen het vaak luiheid als we iets niet doen wat we eigenlijk wel zouden moeten doen. Maar uitstelgedrag is lang niet altijd een gebrek aan discipline.
Soms stel je iets uit omdat je moe bent. Soms omdat je niet weet waar je moet beginnen. En soms omdat de taak zoveel spanning oproept dat je liever iets doet waarbij je je wél prettig voelt. Soms is je takenlijst gewoon veel te groot.
Bij mij speelde perfectionisme daarnaast een grote rol.
Als ik een opdracht maakte, wilde ik het meteen goed doen. Niet gewoon een voldoende halen en onderweg leren, maar direct een goed onderbouwde, zorgvuldig geschreven en volledig uitgewerkte tekst produceren.
Dat klinkt misschien als een goede eigenschap. En perfectionisme kan je inderdaad helpen om kwaliteit te leveren. Maar wanneer je pas tevreden bent als iets perfect is, wordt beginnen ontzettend moeilijk.
Je kunt immers geen fouten maken als je nog niets hebt ingeleverd. Maar je komt ook niet verder.
Bovendien geeft het opruimen van een kamer of het bekijken van een paar filmpjes op internet vaak sneller een gevoel van voldoening dan een ingewikkelde studieopdracht. Je krijgt direct resultaat, terwijl je bij studeren soms uren werkt zonder dat je het gevoel hebt dat je veel vooruitgang boekt.
Uitstellen kan dan een manier worden om even niet met dat ongemakkelijke gevoel om te hoeven gaan.
De eerste stap is daarom niet om jezelf harder aan te pakken, maar om te ontdekken waarom je niet begint.
Ben je moe? Weet je niet wat je moet doen? Ben je bang dat het niet goed genoeg wordt? Of voelt de taak gewoon veel te groot?
Als je weet wat je tegenhoudt, kun je daar iets aan veranderen.
2. Maak de eerste stap belachelijk klein
Een van de handigste technieken die ik gebruik, is de Pomodoro-techniek.
Daarbij werk je gedurende een korte, vooraf afgesproken periode aan één taak. Een klassieke Pomodoro duurt 25 minuten, gevolgd door een korte pauze. Je kunt hiervoor de pomofocus gebruiken: https://pomofocus.io/
Waarom vind ik dit zo prettig?
Omdat ik mezelf niet hoef te beloven dat ik de komende drie uur geconcentreerd ga studeren. Ik hoef alleen maar af te spreken dat ik de komende 25 minuten iets aan mijn opdracht doe.
Ik hoef maar één alinea te schrijven. Ik hoef maar twee pagina's te lezen. Ik hoef alleen mijn document te openen en de eerste vraag te beantwoorden.
Tijdens een bevalling gebruikte ik een vergelijkbare gedachte. Als een wee heftig werd, zei ik tegen mezelf: ik kan alles één minuut volhouden.
Ik hoefde niet na te denken over alle weeën die nog zouden komen. Alleen over die ene minuut.
Bij studeren werkt dat principe voor mij net zo goed. Ik hoef niet de hele paper af te maken. Ik hoef alleen het volgende Pomodoro-moment door te komen.
En wat er dan gebeurd is dat als ik eenmaal bezig ben, ik meestal wil doorgaan.
Dat is precies waarom klein beginnen zo effectief is. Je hoeft jezelf niet eerst gemotiveerd te voelen om in beweging te komen. Je kunt beginnen terwijl je nog geen zin hebt, en onderweg merken dat het makkelijker wordt.
Mijn afspraak met mezelf: ik hoef niet veel te doen. Ik moet alleen beginnen.
3. Schrijf expres een slechte eerste versie
Dit is misschien wel een van de belangrijkste lessen die ik als perfectionist heb geleerd.
Je eerste versie hoeft niet goed te zijn.
Sterker nog, soms helpt het om jezelf uitdrukkelijk toestemming te geven om iets slechts te maken.
Je hoeft niet meteen de perfecte openingszin te bedenken. Je hoeft niet ieder argument volledig te onderbouwen. Je hoeft niet iedere formulering tien keer te controleren.
Je hoeft alleen iets op papier te krijgen.
Daarna kun je verbeteren, schrappen, aanvullen en herschrijven. Een bestaande tekst aanpassen is vaak veel gemakkelijker dan vanuit het niets een perfecte tekst proberen te produceren.
Hetzelfde geldt voor een presentatie, een onderzoeksopdracht of het leren voor een examen. Je kunt eerst opschrijven wat je al weet, een ruwe indeling maken of de belangrijkste begrippen verzamelen.
Je eerste versie is geen eindproduct. Het is materiaal waarmee je verder kunt werken.
Dat onderscheid heeft mij geholpen om minder tijd te verliezen aan eindeloos nadenken voordat ik überhaupt begon.
4. Zorg dat je weet waarom je iets doet
Motivatie is belangrijk. Maar niet alle motivatie is hetzelfde.
Er is een verschil tussen iets doen omdat je vindt dat het moet en iets doen omdat je een duidelijke reden hebt om het te willen.
Natuurlijk moeten we soms dingen doen waar we geen zin in hebben. De vaatwasser moet leeg, ook als je liever op de bank blijft zitten. En soms moet je een tentamen leren waar je op dat moment weinig enthousiasme voor voelt.
Maar als je alleen maar denkt dat je iets hoort te doen, wordt het lastig om jezelf op moeilijke momenten in beweging te houden.
Vraag jezelf daarom eens af:
Waarom ben ik eigenlijk aan deze studie begonnen?
Wat wil ik ermee bereiken?
Wat wordt er mogelijk als ik dit afmaak?
Waarom is dit belangrijk voor mij, ook op dagen waarop het tegenzit?
Voor mij helpt het om verder te kijken dan de opdracht die voor me ligt. Ik wil mijn studie afronden. Ik wil mezelf blijven ontwikkelen.
Het betekent wel dat ik op dagen waarop ik geen zin heb, kan terugdenken aan de reden waarom ik begonnen ben.
Je hoeft niet iedere taak leuk te vinden. Het helpt wel als je begrijpt waarvoor je het doet.
5. Wacht niet tot je zin hebt
Dit sluit aan op het vorige punt, maar verdient wat mij betreft een eigen plek.
Als je erop vertrouwt dat je vanzelf zin krijgt om te studeren, kun je lang blijven wachten.
Je wacht tot je uitgerust bent. Tot het huis opgeruimd is. Tot je hoofd rustig is. Tot je eindelijk een vrije middag hebt waarop niemand iets van je nodig heeft.
En als moeder van een groot gezin weet ik hoe lang je daarop kunt wachten. ;-)
Er is bijna altijd wel iets te doen. Een kind heeft je nodig, er staat een wasmand klaar of je bedenkt ineens dat je nog iets moet regelen.
Daarom probeer ik niet langer te wachten op het perfecte moment of de juiste stemming.
Ik spreek met mezelf af dat ik één Pomodoro aan mijn paper werk of een korte periode leer voor mijn examen. Meer hoeft niet.
Vaak merk ik dat ik na die eerste periode vanzelf verder wil. Maar alles na die ene pomodoro is een wín want ik heb mijn eerste doel al behaald.
Gedrag en motivatie beïnvloeden elkaar. Je kunt wachten tot je gemotiveerd bent, maar je kunt ook eerst een kleine actie ondernemen waardoor je meer betrokken raakt bij de taak.
Motivatie volgt dus niet altijd vóór de actie. Soms ontstaat ze juist doordat je begint.
En als je na die ene periode nog steeds moe bent of merkt dat je echt niet verder kunt? Dan heb je in ieder geval iets gedaan en kun je bewust besluiten om te stoppen of rust te nemen.
Het doel is niet om jezelf eindeloos over je grenzen te duwen. Het doel is om niet iedere keer afhankelijk te zijn van zin hebben.
6. Verander van omgeving als je vastloopt
Soms is het probleem niet dat je niet wilt werken, maar dat je simpelweg niet meer vooruitkomt.
Je staart naar je scherm, leest dezelfde alinea voor de vierde keer en merkt dat je gedachten alle kanten op gaan.
Vroeger probeerde ik dan vaak nog harder mijn best te doen. Ik bleef zitten, analyseerde verder en raakte alleen maar vermoeider.
Tegenwoordig probeer ik eerder te herkennen wanneer dat gebeurt.
Als ik merk dat mijn hoofd vastloopt, ga ik wandelen. Ik haal een kop thee. Soms vouw ik tussendoor een klein stapeltje was op en ga daarna weer verder. Wil het echt niet dan ga ik met mijn studieboek naar een grand cafe. Ik heb een kleinere kans dat ik daar in slaap val achter mijn boek.
Een andere techniek: neem een korte pauze.
Het klinkt misschien tegenstrijdig. Je bent aan het uitstellen en vervolgens adviseer ik je om te stoppen met werken?
Er zit wel een verschil tussen bewust pauzeren en jezelf verliezen in afleidingen.
Een pauze heeft een doel: je geeft jezelf even ruimte om daarna weer verder te kunnen. Eindeloos scrollen omdat je niet weet hoe je aan een opdracht moet beginnen, helpt meestal een stuk minder en geeft ook geen “headspace” aangezien je hoofd door het gescroll alsnog gevuld raakt waardoor je minder energie en mentale capaciteit hebt om te studeren.
Probeer daarom eens een korte, bewuste pauze als je merkt dat je concentratie op is. Sta op, beweeg even, neem een glas water en bepaal vooraf wanneer je weer verdergaat.
En wees eerlijk tegen jezelf: helpt deze pauze mij om straks verder te kunnen, of probeer ik eigenlijk aan mijn taak te ontsnappen?
Dat is geen reden om jezelf schuldig te voelen. Het is informatie waarmee je de volgende keer iets anders kunt proberen.
7. Geef huishoudelijke taken een vaste plek in de agenda
Dit is een struikelblok waar ik vroeger ontzettend veel last van had.
Ik zat achter mijn computer om te studeren en dacht ineens aan de was. Of aan de boodschappen. Of aan stofzuigen. Of aan het speelgoed dat nog opgeruimd moest worden.
Omdat die taken óók belangrijk zijn, voelde het niet eens alsof ik mezelf afleidde. Ik was toch nuttig bezig?
Maar als je iedere taak uitvoert zodra je eraan denkt, wordt het bijna onmogelijk om langere tijd geconcentreerd aan iets anders te werken.
Daarom helpt het om vaste momenten te creëren voor terugkerende huishoudelijke taken.
Een vast moment om was te vouwen. Een routine voor de vaatwasser. Een bepaald moment in de week om boodschappen te bestellen. Een blok waarin je afspraken maakt of vrienden ontmoet.
Je hoeft niet alles tot op de minuut vast te leggen. Het gaat erom dat je erop kunt vertrouwen dat een taak een ander moment krijgt.
Als ik tijdens het studeren bedenk dat ik iets moet doen, redirigeer ik het mentaal naar het juiste moment in mijn agenda. Zo nodig schrijf ik het op in mijn notities, zodat ik het niet hoef te onthouden.
Vervolgens ga ik terug naar mijn studie.
Je kunt het zien als een afspraak met jezelf: deze taak wordt niet vergeten, maar hoeft ook niet nú te gebeuren.
Dat geeft rust in je hoofd én meer ruimte om je aandacht bij één ding te houden.
8. Gebruik de vijfminutenregel om in beweging te komen
Het principe van klein beginnen werkt trouwens niet alleen bij studeren.
Als ik thuis op de bank zit, kan het verrassend moeilijk zijn om op te staan en bijvoorbeeld de vaatwasser uit te ruimen. Ik weet dat het moet gebeuren, maar ik heb gewoon geen zin om eraan te beginnen.
Wat mij dan helpt, is mezelf motiveren om eerst alleen maar op te staan.
Eenmaal staand spreek ik met mezelf af dat ik één kleine taak doe die maximaal vijf minuten duurt.
Misschien ruim ik de vaatwasser uit. Misschien leg ik een stapeltje kleding weg. Ondertussen zet ik mijn favoriete declutterpodcast aan terwijl ik bezig ben.
En voordat ik het weet, heb ik veel meer gedaan dan die ene kleine taak.
Je kunt jezelf namelijk vaak makkelijker motiveren om iets kleins te doen dan om een complete middag aan opruimen of studeren te besteden.
Probeer het eens als je ergens tegenaan hikt. Zeg niet tegen jezelf dat je het hele huis moet opruimen of dat je uren moet studeren.
Zeg dat je vijf minuten aan de slag gaat.
Je hoeft niet vooraf te beslissen hoeveel je uiteindelijk zult doen. Dat mag je onderweg bepalen.
9. Wees realistisch over wat je in een week kunt doen
Dit is een les die ik zelf nog regelmatig nodig heb.
Ik ben iemand die graag plannen maakt en veel ideeën heeft. Het liefst zou ik meerdere dingen tegelijk aanpakken en zo snel mogelijk resultaat zien.
Maar een planning kan op papier heel haalbaar lijken en in de praktijk totaal niet passen bij je leven.
Daarom probeer ik steeds beter rekening te houden met de tijd en energie die ik daadwerkelijk beschikbaar heb.
Op dit moment heb ik bijvoorbeeld gekozen om tot en met december drie papers in te leveren en drie verschillende vakken te volgen. Begin 2027 volgen twee andere vakken en toetsen, waarna ik verderga met portfolio's en grotere eindopdrachten. Daarna ga ik door met het laatste jaar van mijn studie.
Waarom niet gewoon alles zo snel mogelijk afronden?
Omdat mijn leven niet uitsluitend uit studeren bestaat.
Een paar maanden geleden ben ik bevallen. Ik heb een baby om voor te zorgen, daarnaast nog meer kinderen en een huishouden dat draaiende moet blijven. Ik kan niet zomaar al die andere verantwoordelijkheden laten liggen.
En hoewel ik graag vooruit wil, weet ik inmiddels dat mezelf overbelasten niet automatisch betekent dat ik meer gedaan krijg.
Te veel druk kan juist leiden tot overweldiging. Wanneer alles belangrijk en dringend voelt, wordt beginnen vaak moeilijker. Je raakt het overzicht kwijt, gaat taken vermijden en loopt uiteindelijk misschien meer vertraging op dan wanneer je vooraf een realistischer plan had gemaakt.
Daarom heb ik bewust gekozen voor een studieplanning die rekening houdt met mijn huidige situatie.
Waarom ik eerst de papers doe en daarna de toetsen? Ik merk dat ik met een hoofd met slaaptekort minder goed nieuwe leerstof opneem. Schrijven en verwerken past op dit moment beter bij mijn beschikbare energie.
Achteraf gezien had ik misschien beter eerst met de toetsen kunnen beginnen, want onze jongste sliep tot vier maanden fantastisch. Maar plannen maak je met de informatie die je op dat moment hebt.
Dat is ook iets wat ik mezelf probeer te gunnen: een planning mag worden aangepast als je omstandigheden veranderen.
Een realistische planning is niet minder ambitieus. Het is een manier om je ambitie vol te houden.
Je hoeft niet alles deze maand af te krijgen. Je hoeft alleen te bepalen welke stappen je nu kunt zetten, zonder jezelf structureel voorbij te lopen.
10. Maak studeren makkelijker, effectiever en leuker
Tot slot: je hoeft niet alles op wilskracht te doen.
Er zijn allerlei manieren om studeren makkelijker en effectiever te maken. Denk aan actief informatie ophalen uit je geheugen, jezelf overhoren, oefenvragen maken en de leerstof verspreiden over meerdere dagen in plaats van alles op het laatste moment te leren.
Welke methode werkt, hangt natuurlijk af van wat je leert en wat je moet kunnen.
Maar het loont om daar eens bewust naar te kijken.
Als je bijvoorbeeld merkt dat je een hoofdstuk steeds opnieuw leest zonder dat je de informatie onthoudt, probeer dan eens het boek dicht te doen en in je eigen woorden op te schrijven wat je nog weet.
Of maak van de stof vragen die je later opnieuw kunt beantwoorden. Zo ben je niet alleen aan het lezen, maar controleer je ook of je de informatie daadwerkelijk begrijpt en kunt terughalen.
Ook je omgeving kan helpen. Leg je telefoon buiten bereik, open alleen de documenten die je nodig hebt en bepaal vooraf wat je in je volgende Pomodoro wilt bereiken.
En als je op internet zoekt naar manieren om slimmer te studeren, doe dat dan op een bewust gekozen moment. Niet midden in je studieblok, wanneer je eigenlijk aan je paper zou moeten werken. Anders wordt het zoeken naar studietips zomaar de volgende vorm van uitstelgedrag. ;-)
Ik wil hier op mijn blog nog vaker over schrijven en mijn eigen ervaringen delen. Ook ben ik van plan om later mijn boekenlijst over slimmer studeren te delen.
Want als ik één ding heb geleerd, is het dat hard werken niet hetzelfde is als effectief werken.
Soms bereik je meer door een betere methode te gebruiken dan door simpelweg meer uren achter je bureau te zitten.
Tot slot: je hoeft niet perfect te beginnen
Ik ben nog steeds een perfectionist. Ik maak nog steeds plannen die soms te ambitieus zijn en er zijn dagen waarop ik liever iets anders doe dan mijn studie oppakken.
Maar het verschil met vroeger is dat ik mijn struikelblokken beter herken.
Ik weet dat ik niet ieder hoofdstuk perfect hoef te schrijven voordat ik verder mag. Ik weet dat ik een taak kleiner kan maken wanneer die overweldigend voelt. En ik weet dat ik niet hoef te wachten tot ik zin heb om te beginnen.
Soms moet ik even wandelen, een kop thee halen of mijn hoofd leegmaken. Soms helpt het om een korte pauze te nemen. En soms moet ik mezelf gewoon herinneren aan het feit dat ik maar één Pomodoro hoef te doen.
Dat zijn geen magische oplossingen. Ze werken ook niet iedere keer. Maar samen maken ze het makkelijker om weer in beweging te komen.
En misschien is dat uiteindelijk waar het om draait.
Niet om een leven waarin je nooit meer uitstelt, altijd gemotiveerd bent en iedere dag je planning perfect uitvoert.
Maar om een leven waarin je jezelf beter begrijpt, weet wat je kunt doen als je vastloopt en steeds opnieuw de mogelijkheid hebt om een volgende stap te zetten.
Dus als je vandaag tegen een taak aan zit te hikken, probeer dan eens iets kleins.
Open dat document. Lees die ene pagina. Schrijf die slechte eerste alinea. Zet je timer op vijf minuten.
Je hoeft vandaag niet alles af te krijgen.
Je hoeft alleen maar te beginnen.