Slapende kinderen, nachtelijke avonturen en bijzondere slaapverschijnselen: bij ons is slapen nooit saai

Slapen. Het klinkt zo eenvoudig. Je brengt je kinderen naar bed, leest misschien nog een verhaaltje voor, geeft een kus en hoopt dat iedereen de volgende ochtend uitgerust wakker wordt. In de praktijk weten ouders natuurlijk wel beter. Zeker wanneer je meerdere kinderen hebt, ontdek je al snel dat slapen voor ieder kind iets anders betekent.

Op het gebied van slapen hebben wij inmiddels behoorlijk wat meegemaakt. Zo was één van onze kinderen een slaapprater en had hij voorspellende gaven.

Dan hebben we nog twee kinderen die als kleine kinderen last hadden van nachtangsten, wat op een gegeven moment overging in slaapwandelen. Sinds gisteren hebben we er zelfs een derde slaapwandelaar bij.

En dan hebben we nog een peuter die midden in de nacht soms volledig in paniek raakt, terwijl ze eigenlijk niet helemaal wakker is. Bij haar vermoeden we confusional arousal.

Alsof dat nog niet genoeg is, zijn er natuurlijk ook de gebruikelijke slaapregressies, veranderende slaapbehoeften en periodes waarin slapen ineens een heel andere uitdaging wordt.

Inmiddels ben ik er wel achter dat slapen bij kinderen een behoorlijk veelzijdig onderwerp is. En dat wat er 's nachts gebeurt, lang niet altijd een gewone nachtmerrie of een kwestie van niet willen slapen is.

Slaappraten: gesprekken voeren zonder wakker te zijn

Slaappraten, ook wel somniloquy genoemd, is een verschijnsel dat bij kinderen relatief vaak voorkomt. Het kan variëren van wat onverstaanbaar gemompel tot complete zinnen en gesprekken.

Kinderen die praten in hun slaap zijn zich daar de volgende ochtend meestal helemaal niet van bewust. Ze kunnen soms zelfs hele gesprekken voeren zonder dat ze daadwerkelijk wakker zijn.

Het bijzondere is dat slaappraten tijdens verschillende slaapfasen kan voorkomen. De inhoud hoeft bovendien helemaal niet samen te hangen met wat een kind overdag heeft meegemaakt.

Bij ons thuis hebben we daar een bijzonder voorbeeld van. Een van onze kinderen bleek namelijk in zijn slaap nogal opmerkelijke voorspellingen te kunnen doen.

Naast hilarische uitspraken hebben we hem toen hij jonger was meermaals horen zeggen: "Oooh, er komt een nieuwe baby!"

En verrek, hij had nog gelijk ook. Alleen wist hij dat zelf, en soms wij, op dat moment nog niet.

Of er nu een bijzondere verklaring voor was of dat het gewoon een heel toevallige samenloop van omstandigheden betrof, het leverde in ieder geval een paar bijzondere herinneringen op.

Hoewel slaappraten meestal onschuldig is, blijft het fascinerend om te zien hoeveel activiteit er in het brein plaatsvindt terwijl een kind ogenschijnlijk heerlijk ligt te slapen.

Nachtangsten: wanneer je kind doodsbang lijkt, maar niet wakker is

Nachtangsten, ook wel night terrors of pavor nocturnus genoemd, kunnen voor ouders behoorlijk indrukwekkend zijn.

Een kind kan plotseling rechtop in bed zitten, hard gillen, huilen, zweten en een angstige indruk maken.

Nachtangsten ontstaan meestal tijdens een gedeeltelijke ontwaking vanuit de diepe non-REM-slaap. Het kind bevindt zich als het ware tussen slapen en wakker worden in.

Dat verklaart ook waarom troosten niet altijd werkt. Je kind herkent je mogelijk niet, reageert niet op wat je zegt of lijkt juist nog onrustiger te worden wanneer je probeert contact te maken.

De volgende ochtend weet het kind meestal niets meer van het voorval.

Twee van onze kinderen hebben in hun jonge jaren ook met nachtangsten te maken gehad. Inmiddels zijn die periodes gelukkig voorbij.

In het begin was ik echt doodsbang, want ik had geen idee wat er aan de hand was. Hun ogen waren groot, ze leken langs mij heen te kijken en als ze mij al aankeken, raakten ze volledig in paniek van angst. Mijn gezicht leek voor hen op dat moment gewoon niet op mijn gezicht.

Het nare is dat je er weinig aan kunt doen. Het enige wat je kunt doen, is proberen rustig te blijven, veiligheid bieden en eventueel met een kalme stem geruststellen. Je kunt niet altijd echt contact maken of je kind troosten zoals je dat normaal zou doen. Je wacht tot het brein als het ware weer overschakelt en je kind wakker wordt of verder gaat slapen.

Het bijzondere is dat kinderen zelf hier meestal niets van onthouden.

Het is belangrijk om nachtangsten te onderscheiden van nachtmerries. Bij een nachtmerrie wordt een kind doorgaans echt wakker en kan het vaak vertellen waar het bang voor was. Bij een nachtangst is het kind meestal niet volledig bij bewustzijn.

Dat onderscheid is niet alleen interessant, maar helpt ook om als ouder te begrijpen waarom je kind soms zo anders reageert dan je zou verwachten.

Slaapwandelen: wanneer je kind niet in bed blijft

Slaapwandelen is een vorm van parasomnie. Dat is een verzamelnaam voor ongebruikelijke gedragingen die tijdens de slaap optreden.

Bij slaapwandelen wordt iemand gedeeltelijk wakker vanuit de diepe non-REM-slaap. Het lichaam kan actief worden, terwijl het bewustzijn nog grotendeels in slaaptoestand verkeert.

Een kind kan rechtop gaan zitten, uit bed stappen, door het huis lopen of zelfs handelingen uitvoeren die behoorlijk doelgericht lijken. Toch is het kind niet volledig wakker en heeft het achteraf vaak geen herinnering aan wat er gebeurd is.

Slaapwandelen komt relatief vaak voor bij kinderen. Erfelijke aanleg speelt mogelijk een rol. Ook slaaptekort, koorts, stress en een onregelmatig slaapritme kunnen het uitlokken. En soms.. is het er gewoon zonder dat je weet wat het triggert als er al een aanleiding moet zijn.

Ook bij ons is slaapwandelen geen onbekend verschijnsel. Twee van onze kinderen hebben er in hun jongere jaren mee te maken gehad. Inmiddels zijn ze er grotendeels overheen gegroeid.

Je slaapt zelf anders als je slaapwandelaars in huis hebt.

Zo hoorden mijn man en ik een keer zachtjes de slaapkamerdeur. Mijn man ging controleren of iedereen nog in bed lag en dacht iedereen te zien liggen maar zag het niet helemaal goed in het donker. Alle lichten waren in de woonkamer, gang, bijkeuken en buitenshuis uit. Hij ging weer naar bed, maar ergens zat het hem niet lekker.

Hij is vervolgens verder gaan zoeken nadat hij erachter kwam dat er een slaapwandelaar miste.

En waar vond hij hem?

In de garage, midden in de winter, op de ijskoude grond. Gewoon zittend.

En zo hebben we inmiddels nog veel meer verhalen over die twee slaapwandelaars.

Maar sinds gisteren hebben we mogelijk een nieuwe slaapwandelaar in huis.

Een van de kleintjes kwam de trap af, had die kenmerkende slaapwandelaaruitdrukking op het gezicht en kwam naast mij staan in de keuken, waar ik midden in de nacht nog even de vaatwasser nog een keer aan het inruimen was.

Ze was achteraf totaal niet op de hoogte van wat er gebeurd was. Ze was gewoon opgestaan en naast mij komen staan.

Wat je als ouder vooral moet onthouden, is dat veiligheid vooropstaat. Zorg dat ramen en deuren goed afgesloten zijn, houd trappen en andere gevaarlijke plekken in de gaten en probeer een slaapwandelend kind rustig terug naar bed te begeleiden.

Een truc die bij ons thuis opvallend goed werkte, was de slaapwandelaar laten gapen. Als ze gapen, worden ze bij ons soms weer wakker. Lukt het niet op verzoek, dan kun je zelf overdreven langzaam gaan gapen. Gapen is immers aanstekelijk!

De wetenschap zegt dat visueel aanstekelijk gapen (iemand zien gapen) lastig is bij een slaapwandelaar omdat de ogen wel open zijn maar het brein de beelden niet sociaal verwerkt. Of het nu was omdat ze mij hoorden gapen of iets anders; bij ons werkte het. Door zelf te gapen werden de kinderen wakker uit het slaapwandelen.

Dit is nadrukkelijk onze eigen ervaring. Het belangrijkste blijft dat je je kind veilig houdt en rustig begeleidt. En in ons geval: traphekjes weer dicht!

Confusional arousal: wakker lijken, maar nog slapen

Een slaapverschijnsel waar ik zelf de laatste tijd meer over ben gaan lezen, is confusional arousal.

De Nederlandse vertaling is niet bijzonder gangbaar, maar je kunt het omschrijven als een verwarde gedeeltelijke ontwaking.

Bij confusional arousal wordt een kind gedeeltelijk wakker uit de diepe slaap. Het lijkt wakker, maar de hersenen zijn nog niet volledig overgeschakeld naar de waaktoestand.

Een kind kan huilen, schreeuwen, onrustig bewegen, verward reageren en moeilijk te troosten zijn. Het kan zelfs lijken alsof het kind je bewust afwijst of niet begrijpt wat je zegt.

Voor ouders kan dat ontzettend verwarrend zijn.

Bij onze peuter zien we dit regelmatig midden in de nacht. Ze raakt dan volledig overstuur. Ze wil op dat moment eigenlijk maar één persoon (mama) en kan moeilijk tot rust komen.

Onze peuter heeft hier veel last van. Zoals ik het begrijp, wordt een deel van haar brein wakker terwijl een ander deel nog slaapt. Ze zit als het ware tussen slapen en waken in.

Bij zo'n gedeeltelijke ontwaking kan een kind wel bewegen, huilen en geluiden maken, maar is het bewustzijn nog niet volledig actief. Het kind kan daardoor gedesoriënteerd raken en de situatie niet goed begrijpen.

Voor onze dochter lijkt de overgang tussen de situatie waarin ze in slaap viel en de situatie waarin ze gedeeltelijk wakker wordt een belangrijke rol te spelen. Mama is er niet, het is stil en donker. Dat lijkt bij haar soms een paniekreactie uit te lokken.

Ook overdag kan ze na het wakker worden verdrietig zijn.

En daar ontstaat een vervelende vicieuze cirkel. Wanneer een kind regelmatig onrustig slaapt, kan slaaptekort ontstaan. Juist onvoldoende slaap kan de kans op parasomnieën vergroten.

Wat gebeurt er eigenlijk in de hersenen?

Bij confusional arousal is er geen sprake van een gewone overgang van slapen naar wakker zijn. Verschillende hersennetwerken lijken niet allemaal tegelijkertijd over te schakelen.

De gebieden die betrokken zijn bij bewustzijn, oriëntatie, geheugen en logisch nadenken functioneren nog niet volledig zoals tijdens het wakker zijn. Tegelijkertijd kunnen bewegingen en emotionele reacties al wel optreden.

Dat verklaart waarom een kind de ogen kan openen, kan huilen of bewegen, maar tegelijkertijd niet goed reageert op de omgeving.

Het verklaart ook waarom het kind achteraf vaak geen herinnering heeft aan wat er gebeurd is.

Het is dus niet zomaar een kind dat moeilijk wakker wordt of niet wil luisteren. Het kan daadwerkelijk een gedeeltelijke ontwaking zijn waarbij het bewuste contact nog ontbreekt.

Wat proberen we thuis?

We proberen vooral het slaaptekort aan te pakken.

Onze peuter wil graag lang wakker blijven. Dat lijkt bij haar samen te hangen met de fase waarin ze zich bevindt, waarin zelfstandigheid, verlatingsangst en de angst om iets te missen een rol kunnen spelen.

We vervroegen daarom haar bedtijd en korten haar middagdutje wat in. Haar avondroutine was al voorspelbaar, maar maken we nu korter en bondiger.

Mogelijk schakelen we ook scheduled awakening in. Dat is een methode waarbij je een kind kort voordat een terugkerende episode normaal gesproken plaatsvindt, voorzichtig gedeeltelijk wakker maakt. Het idee is om het gebruikelijke slaappatroon net voldoende te onderbreken om de episode mogelijk te voorkomen.

Deze methode wordt onder andere beschreven bij terugkerende nachtangsten. Of het bij confusional arousal helpt, is minder duidelijk. Daarom zouden we dit eerst met een deskundige bespreken.

Als ze toch slaapdronken wakker wordt, troost ik haar zoals ik dat altijd doe.

Zoals met zoveel fases in de ontwikkeling van kinderen, proberen we ook hier te onthouden dat het tijdelijk kan zijn. Tegelijkertijd willen we voorkomen dat ze door de onrust steeds verder oververmoeid raakt.

Wat er gebeurt in het brein bij confusional arousal en nachtangst?

  • Bij een confusional arousal: De overgang van diepe slaap naar waak is mislukt. Het brein zit simpelweg 'vast' in de schemerzone. De gebieden voor logica slapen, de gebieden voor basisbeweging zijn een beetje wakker.

  • Bij nachtangst: De amygdala (de alarmcentrale van het brein die angst en de vecht-of-vluchtreactie regelt) explodeert plotseling van activiteit. Het brein schiet direct in de overlevingsmodus, terwijl het bewustzijn diep slaapt.

Het verschil in gedrag en symptomen

KenmerkConfusional ArousalNachtangst (Pavor Nocturnus)De kernemotieVerwarring, sloomheid en desoriëntatie.Extreme angst, pure paniek en doodsangst.Gedrag tijdens aanvalZit rechtop, mompelt wat onzin, kijkt glazig of wezenloos rond. Reageert heel traag.Begint plotseling keihard te gillen of te krijsen. Slaat wild om zich heen of schiet overeind.Lichamelijke reactieDe hartslag en ademhaling blijven relatief normaal en rustig.Enorme adrenalinekick: gierende hartslag, zwaar ademen/hyperventileren, zweten en grote pupillen.Interactie & ContactEr is minimale, trage communicatie mogelijk. De persoon kan soms een simpele instructie opvolgen of reageren (zoals gapen als je een prikkel geeft).Totaal onbereikbaar. De persoon hoort of ziet je niet. Troosten, vasthouden of knuffelen maakt de paniek en het vechten vaak juist erger.Hoe het eindigtDe persoon zakt na een paar minuten (of soms een kwartier) heel langzaam en rustig weer terug in de slaap.De intense paniek stopt vaak heel abrupt na een paar minuten, waarna de persoon direct weer rustig diep slaapt alsof er niks gebeurd is.

Kort samengevat: bij een confusional arousal is iemand een verwarde, trage 'slaapdronken' toeschouwer, terwijl iemand bij een nachtangst volledig wordt overspoeld door een blinde, lichamelijke paniekreactie. In beide gevallen weet de persoon er de volgende ochtend helemaal niets meer van.

Slaapregressies: wanneer slapen ineens weer anders gaat

En dan zijn er natuurlijk nog de slaapregressies.

Vrijwel iedere ouder kent het wel: je kind sliep eindelijk lekker, had een redelijk voorspelbaar ritme en leek de nachten aardig onder controle te hebben. Totdat er ineens iets verandert.

Je kind wordt vaker wakker, doet kortere dutjes, heeft meer hulp nodig om in slaap te vallen of lijkt helemaal niet meer te willen slapen.

Slaapregressies worden vaak gekoppeld aan bepaalde leeftijden en ontwikkelingsmomenten. Denk bijvoorbeeld aan veranderingen rond vier maanden, acht à negen maanden, twaalf maanden en achttien maanden.

Het is goed om te weten dat slaapregressie geen officiële medische diagnose is. Het is vooral een populaire term om tijdelijke veranderingen in het slaappatroon te beschrijven.

Ontwikkeling, nieuwe vaardigheden, veranderingen in de slaapbehoefte, ziekte, doorkomende tanden en veranderingen in de omgeving kunnen allemaal invloed hebben op de nachten.

En soms is er helemaal geen duidelijke oorzaak aan te wijzen.

Met meerdere kinderen merk je bovendien hoe verschillend die fases kunnen verlopen. Waar het ene kind nauwelijks last lijkt te hebben van een ontwikkelingssprong, kan het andere kind wekenlang een compleet ander slaapritme hebben.

Wat ik zelf belangrijk vind, is om niet iedere verandering direct als een probleem te zien dat opgelost moet worden. Soms heeft een kind tijdelijk wat meer nabijheid nodig. Soms moet het dagschema worden aangepast en soms is het vooral een kwestie van tijd.

Wat kun je als ouder doen bij bijzondere slaapverschijnselen?

Hoewel slaappraten, slaapwandelen, nachtangsten en confusional arousal er allemaal anders uitzien, zijn er een aantal dingen die kunnen helpen.

1. Zorg voor voldoende slaap

Oververmoeidheid kan parasomnieën zoals slaapwandelen en nachtangsten uitlokken. Een passend slaapritme en voldoende slaap zijn daarom belangrijk.

2. Houd een regelmatig slaapritme aan

Probeer vaste momenten voor naar bed gaan en opstaan aan te houden. Voorspelbaarheid kan helpen om de slaap te ondersteunen.

3. Maak de slaapkamer en omgeving veilig

Vooral bij slaapwandelen is het belangrijk om na te denken over mogelijke gevaren. Denk aan trappen, ramen, deuren en voorwerpen waarover een kind kan struikelen. Beveilig ook de toegang tot de garage en andere ruimtes waar gevaarlijke spullen staan.

4. Probeer niet alles op te lossen tijdens een episode

Wanneer een kind niet volledig wakker is, heeft uitgebreid praten, vragen stellen of proberen te overtuigen geen zin. Rust, begrip en veiligheid zijn belangrijker.

5. Houd bij wat er gebeurt

Wanneer episodes regelmatig terugkomen, kan een slaapdagboek helpen. Noteer bijvoorbeeld het tijdstip, de duur, wat eraan voorafging en hoe je kind reageerde. Zo kun je soms patronen ontdekken.

6. Vraag hulp wanneer je je zorgen maakt

Hoewel veel parasomnieën bij kinderen vanzelf minder worden, is het verstandig om de huisarts te raadplegen wanneer de episodes vaak voorkomen, veel onrust veroorzaken, tot verwondingen leiden of wanneer je twijfelt of het wel om een parasomnie gaat.

Ook opvallende, steeds identieke bewegingen, ademhalingsproblemen en ernstige vermoeidheid overdag verdienen aandacht.

Slapen met kinderen: geen nacht is hetzelfde

Wat ik vooral heb geleerd, is dat slapen bij kinderen veel meer omvat dan alleen naar bed gaan en de volgende ochtend weer wakker worden.

Het kinderbrein is volop in ontwikkeling en dat zie je soms ook terug in de nacht. Van complete gesprekken zonder wakker te worden tot slaapwandelingen en periodes waarin een kind ogenschijnlijk in paniek raakt.

En hoewel het soms behoorlijk vermoeiend kan zijn, helpt het om te begrijpen wat er mogelijk aan de hand is.

Niet ieder kind dat 's nachts huilt, heeft een nachtmerrie. Er kan ook iets heel anders aan de hand zijn. Soms hoort het bij de ontwikkeling, soms is er een specifiek slaapverschijnsel en soms is het gewoon weer een nieuwe fase waarin je als ouder mee mag bewegen.

Bij ons thuis weet ik inmiddels één ding zeker: zodra iedereen 's avonds in bed ligt, is het nog maar de vraag wat de nacht gaat brengen.

Ik ben na al die jaren in ieder geval nog steeds niet uitgeleerd over slapen.

Meer lezen over kinderslaap

Volgende
Volgende

Tweetalig opvoeden: zo voeden wij onze kinderen Nederlands- en Engelstalig op