Met zeven kinderen is onze agenda eigenlijk nooit leeg.
Er is school, studie, werk, het huishouden, boodschappen, afspraken en natuurlijk de dingen die de kinderen zelf doen. Als ik op zondagavond naar de week die voor ons ligt kijk, denk ik soms: hoe gaan we dit allemaal voor elkaar boksen?
Toch heb ik niet het idee dat we een gezin zijn dat maar van afspraak naar afspraak rent. Althans; de week is druk, de week is gevuld, begrijp me niet verkeerd. Maar we zijn heel bewust met onze tijd.
Dat komt vooral doordat we best bewust kiezen waar we onze tijd aan besteden.
Want met kinderen kun je natuurlijk eindeloos blijven toevoegen. Nog een sport. Muziekles. Een cursus. Scouting. Een clubje na school. En voor je het weet, is iedere middag ergens voor gereserveerd.
Dat is niet wat wij willen.
Sommige dingen vinden we gewoon belangrijk
Zwemmen is daar een goed voorbeeld van.
Wij wonen in Nederland en in een provincie waar je eigenlijk overal water tegenkomt. We wonen bovendien naast een park met water. Ik wil gewoon dat mijn kinderen goed kunnen zwemmen en weten wat ze moeten doen als ze in of bij het water terechtkomen.
Daarom beginnen we al met zwemmen als ze baby zijn.
Dat betekent natuurlijk wel dat zwemmen behoorlijk wat ruimte inneemt in onze week. Mijn man en ik wisselen elkaar af, zodat het een beetje te combineren blijft met alles wat er nog meer moet gebeuren.
Zwemmen vinden we essentieel om tijd aan te besteden.
Wat scouting kinderen meegeeft
Scouting vinden we ook belangrijk. We vinden het mooi dat kinderen daar andere dingen leren dan op school. Buiten zijn, samenwerken, zelfstandig worden en dingen proberen die misschien eerst een beetje spannend zijn. Wat ik zo mooi vind aan scouting, is dat kinderen er eigenlijk heel veel leren zonder dat het voelt alsof ze iets aan het leren zijn.
Ze zijn buiten, bewegen, bouwen hutten, maken vuur, leren knopen leggen, gaan op avontuur en doen dingen die ze thuis misschien niet zo snel zouden doen. Maar ondertussen leren ze ook samenwerken, wachten op hun beurt, verantwoordelijkheid nemen en zelf oplossingen bedenken. Ze leren op geven moment een gps te gebruiken en met elkaar te kamperen. Ze ervaren dat ze dingen zélf kunnen, ook als het spannend is.
Bij scouting hoeft niet alles meteen perfect. Een tent opzetten lukt misschien niet in één keer. Een knoop zit eerst verkeerd. Een opdracht gaat anders dan verwacht. Je probeert het opnieuw en ondertussen help je elkaar. Dat soort kleine ervaringen lijken misschien onbelangrijk, maar ze bouwen wel aan zelfstandigheid en zelfvertrouwen.
Ook het sociale aspect vind ik waardevol. Kinderen komen er in contact met kinderen van verschillende leeftijden en karakters. Ze moeten samen iets voor elkaar krijgen, ook als ze niet allemaal elkaars beste vriend zijn. Dat is een heel andere manier van leren omgaan met anderen dan op school.
En dan zijn er nog de kampen, waarbij je herinneringen maakt die je nooit kwijtraakt. Er kunnen vriendschappen ontstaan die jaren meegaan.
Niet alles hoeft digitaal, snel of binnen handbereik te zijn. Een middag buiten zijn, vies worden, een kampvuur maken en met elkaar bezig zijn. Kinderen krijgen de ruimte om gewoon kind te zijn.
Voor mij is dat misschien wel de grootste meerwaarde. Scouting voegt niet nóg een prestatie of verplichting toe aan hun week. Het geeft ze juist ervaringen. Dingen om zelf te doen, verhalen om later te vertellen en het gevoel: kijk, dit heb ik (gewoon zelf) gedaan.
Dus ook dat heeft een plek in onze agenda. Maar daarmee houdt het voor ons ook wel een beetje op. Niet omdat we tegen sporten zijn. Integendeel. Als de zwemlessen achter de rug zijn, kunnen we altijd opnieuw kijken naar wat er mogelijk is qua tijd en geldbudget. Misschien muziek, misschien een sport. Ik hoop persoonlijk dat de kinderen kiezen voor muziek.
We kiezen in elk geval geen sport waarbij we meerdere keren per week met verschillende kinderen naar verschillende sportclubs moeten rijden.
Dat is simpelweg niet hoe wij onze uren willen doorbrengen.
Onze agenda is niet zo ingewikkeld
Ik werk met tijdblokken. Op vrijdag maak ik de planning voor de volgende week in orde.
Eerst zet ik de dingen in mijn week die niet onderhandelbaar zijn. School, studie, kinderopvang of peuterspeelzaal, zwemmen, scouting en de dagen waarop mijn man thuiswerkt. Daarna komen de afspraken die nodig zijn. Een huisarts, fysiotherapie of iets anders dat zich die week aandient.
Vervolgens kijk ik naar wat er thuis moet gebeuren om de boel door te laten draaien. Wanneer ik boodschappen bestel (dit doe ik op vrijdag maar plan ik wel in), wanneer ik de extra schoonmaaktaken doe en wat ik voor mijn studie moet doen.
Pas als dat allemaal ergens staat, zie ik hoeveel ruimte er nog over is. En plan ik ruimte om adem te halen.
De agenda hoeft niet vol te worden gestouwd.
Misschien hoeft het niet altijd efficiënter
Ik denk dat we nogal snel denken dat een drukke agenda betekent dat we beter moeten leren plannen.
Een betere planner kopen. Een strakker schema maken. Eerder opstaan. Maaltijden vooruit koken. De ochtend efficiënter maken.
En ja, een goede planning en een goede planner kunnen ontzettend veel schelen. Ik zou zelf ook behoorlijk verdwalen zonder mijn planner en agenda. Maar een planning heeft ook een grens. Je kunt een week maar één keer leven. Als alle beschikbare tijd al ergens voor nodig is, kun je niet eindeloos efficiënter worden. Dan moet je misschien kijken naar wat er überhaupt in die week staat. Dat is iets waar ik zelf steeds bewuster van word. Niet bij alles wat we zouden kunnen doen, hoeven we ons af te vragen hoe we het passend krijgen.
Soms is de betere vraag: Willen we hier eigenlijk wel tijd voor maken?
Tijd en geld als bewuste keuzes
Want niet alles wat je kúnt doen, is voor dit seizoen in je leven ook een goed idee. Je kunt bijna álles, maar je kunt niet álles tegelijk. Dus voordat we ja zeggen tegen een activiteit, kijken we naar ons ‘tijdbudget’.
Een activiteit heeft niet alleen een prijskaartje.
Stel dat iets één uur duurt. Dan is het in werkelijkheid misschien helemaal geen uur. Je moet vertrekken, spullen meenemen, ernaartoe rijden, wachten, de activiteit doen en weer naar huis. Misschien moet je daarna nog koken en is de bedtijd een halfuur later. En met één kind valt dat misschien nog mee. Met meerdere kinderen wordt het al snel een hele onderneming.
Daarom vind ik het soms handig om niet alleen te kijken naar wat iets oplevert, maar ook naar wat het kost.
Ik kijk daarbij niet alleen in euro's.
Ook in tijd.
In energie.
In geregel.
In samenzijn als gezin.
En in de ruimte die uit je week verdwijnt en die je ook kunt gebruiken om adem te halen en gewoon te leven.
Dat betekent niet dat iets wat veel tijd kost automatisch niet de moeite waard is. Zwemmen en scouting kosten ons veel tijd. Maar voor ons is het belangrijk.
Het gaat dus niet om zo weinig mogelijk doen maar dat we weten waarom we iets doen en daar een bewuste keuze in maken. En we kijken daarbij altijd naar ons geldbudget en tijdbudget. Kost iets teveel? Dan is het een dikke vette “nope”.
Misschien kun je dat zelf ook eens proberen
Als je het gevoel hebt dat je agenda steeds voller wordt, zou ik niet meteen beginnen met zoeken naar een betere planning.
Kijk eerst eens naar wat er al in staat. Pak desnoods gewoon een normale week erbij. Wat zijn de dingen die vaststaan? Wat moet echt? Wat vinden jullie belangrijk? Waar worden de kinderen blij van? En welke dingen zijn er eigenlijk ooit bij gekomen zonder dat je er nog echt over hebt nagedacht?
Je hoeft niet meteen iets te schrappen. Misschien kom je er juist achter dat je agenda vol staat met dingen die je helemaal niet kwijt wilt.Dat is ook waardevolle informatie.
Maar misschien zit er iets tussen waarvan je denkt: eigenlijk doen we dit vooral omdat we het nu eenmaal al een tijdje doen. Of misschien heb je het gevoel dat iets zo ‘hoort’. Of zie je iets dat je los kan laten omdat het niet écht nodig is.
Dan mag je daar ook opnieuw naar kijken.
Een kind hoeft niet drie sporten te doen om een fijne jeugd te hebben. Een vrije middag hoeft niet persé gevuld te worden. En je hoeft niet iedere interesse van je kind meteen om te zetten in een wekelijkse activiteit. Soms is even blijven plakken op het schoolplein als je kind daar lekker aan het spelen is ook wel eens lekker voor ze.
Soms is thuis zijn genoeg.
Soms wil ik met de kinderen naar de kinderboerderij, maar vraagt voornamelijk ons zoontje of we gewoon thuis kunnen zijn. Hij wil dan gewoon bezig zijn met zijn Lego, tekenen, de trampoline of spelen met zijn Playmobil.
Thuis zijn. Op school is hij blij en vrolijk en heel blij met zijn vriendjes. Maar hij mist dan het gevoel van thuiszijn.
Ik wil niet dat onze kinderen alleen maar onderweg zijn
Natuurlijk wil ik dat mijn kinderen dingen meemaken. Dat ze leren zwemmen, vriendjes maken, nieuwe dingen proberen en ontdekken waar ze blij van worden.Maar ik wil niet dat hun jeugd vooral bestaat uit haasten van de ene plek naar de andere.
Ik wil ook middagen met mijn kinderen die buiten spelen. Lego op de grond. Samen eten. Een beetje verveling. Een middag waarop er helemaal niets hoeft. Tijd voor een beetje verveling en daarmee creativiteit. Of juist samen een film kijken.
Die dingen zijn misschien niet zo indrukwekkend als een volle agenda met allerlei activiteiten, maar ze zijn wel onderdeel van het leven. n met een groot gezin is er sowieso genoeg te doen. Ik hoef daar niet nog meer aan toe te voegen om het gevoel te hebben dat we het goed doen.
Ruimte voor elkaar
Kinderen hebben ook tijd nodig om gewoon onderdeel te zijn van hun gezin. Niet alleen tussen school, sport, scouting en andere afspraken door, maar echt samen thuis zijn.
Want verbinding ontstaat niet alleen tijdens bijzondere momenten. Juist in de gewone uren leer je elkaar kennen. Dan is er ruimte voor je eigen tradities. Je praat tussendoor, eet samen, maakt ruzie, lacht, helpt elkaar. Van huis uit leren kinderen hun emoties reguleren, leren hoe je later in de samenleving kan komen te staan. Je weet wat er speelt bij je kinderen, omdat je er bent wanneer het ter sprake komt.
Als iedereen voortdurend onderweg is, wordt die tijd al snel versnipperd. Dan ben je vooral bezig met brengen, halen, eten en de volgende afspraak. Je bent wel samen, maar hebt minder ruimte om echt samen te zijn.
Ik wil daarom bewust ruimte houden voor ons gezin. Voor de kleine momenten die je niet kunt plannen. Voor kinderen die ineens hun verhaal kwijt willen, voor samen op de bank zitten en voor het soms helemaal niets hoeven.
Ons doel als gezin is eigenlijk heel simpel: zoveel mogelijk maaltijden en avonturen samen.