Medewerking van een organisatie voor je studieopdracht: waarom is het zo lastig? 

Een aanzienlijk deel van mijn studie bestaat uit het schrijven van papers. Dit studiejaar moet ik er nog drie maken. Daarnaast staan er nog drie examens en een aantal trainingen op mijn planning. Op zich vind ik dat allemaal prima. Ik vind mijn studie interessant en ik heb er bewust voor gekozen om mijn studie zoveel mogelijk richting mensenrechten te sturen.

Toch is er één onderdeel waar ik de laatste tijd steeds vaker tegenaan loop: voor sommige opdrachten heb ik de medewerking van een bedrijf of organisatie nodig. En dat blijkt in de praktijk een stuk lastiger dan ik vooraf had gedacht.

Informatie uit het werkveld voor mijn studie-opdracht

Bij mijn vorige paper en bij de paper waar ik nu aan werk, moest ik een questionnaire laten invullen door mensen vanuit een organisatie. Het doel daarvan is natuurlijk niet alleen om een opdracht te maken, maar juist om informatie vanuit het werkveld mee te nemen. Dat vind ik zelf ook waardevol. Je kunt ontzettend veel lezen in boeken en artikelen, maar iemand die daadwerkelijk in het betreffende werkveld werkt, kan een heel ander perspectief geven.

Omdat ik mijn studie waar mogelijk richt op mensenrechten, probeer ik ook organisaties te benaderen die daadwerkelijk met mensenrechten te maken hebben. Zo heb ik onder andere een internationale overheidsorganisatie en een organisatie die zich inzet voor vrouwen die in moeilijke omstandigheden verkeren benaderd.

Ik probeer dus niet zomaar een willekeurig bedrijf te vinden omdat ik toevallig een questionnaire moet laten invullen. Ik zoek organisaties die inhoudelijk passen bij het onderwerp van mijn opdracht.

Een organisatie benaderen voor een studieopdracht 

Wanneer ik een organisatie benader, probeer ik het zo duidelijk en eenvoudig mogelijk te maken.

Ik stuur altijd een begeleidend schrijven waarin ik uitleg wie ik ben, welke studie ik doe en bij welke opleider, wat de opdracht inhoudt, waarom ik juist die organisatie benader en wat ik precies nodig heb. Ook geef ik aan hoeveel tijd het ongeveer kost en wie binnen de organisatie ik nodig heb.

Bij mijn meest recente questionnaire zou het invullen ongeveer vijf minuten hebben gekost. De questionnaire was volledig geanonimiseerd en stond op een Europese server. Het ging grotendeels om multiplechoicevragen.

Ik snap natuurlijk dat vijf minuten niet altijd echt maar vijf minuten zijn. Als een organisatie veel van dit soort verzoeken krijgt, kunnen al die kleine verzoeken bij elkaar behoorlijk wat tijd kosten. En medewerkers hebben hun eigen werkzaamheden. Zeker bij organisaties die zich bezighouden met onderwerpen als mensenrechten en kwetsbare groepen kan ik me goed voorstellen dat de werkdruk hoog is.

Toch is het soms best frustrerend.

Geen antwoord is ook een probleem

Het lastigste vind ik niet de afwijzing an sich. Als een organisatie zegt dat ze niet kunnen meewerken, dan weet ik waar ik aan toe ben en kan ik verder zoeken. Maar meerdere keren kreeg ik helemaal geen reactie. Of je krijgt een automatisch antwoord. Of er wordt verwezen naar een algemeen e-mailadres met de mededeling dat je daar je vraag naartoe kunt sturen, waarna je vervolgens niets meer hoort.

Een andere keer krijg je iemand aan de telefoon die enthousiast reageert en zegt dat het waarschijnlijk wel moet lukken. Je stuurt vervolgens alle informatie toe en daarna blijft het stil. Waarom het uiteindelijk niet doorgaat, wordt dan niet altijd duidelijk.

Ik heb zelfs een keer als reactie gekregen: “Je bent van harte welkom in jaar 3.” Dat was natuurlijk vriendelijk bedoeld, maar het loste mijn probleem op dat moment niet op en daardoor stagneerde mijn progressie van jaar 1 naar jaar 2 en zonder die progressie kom ik zeker niet in jaar 3 ;-). 

Voor mij is het geen vrijblijvende vraag

Daar zit voor mij het verschil. Ik vraag een organisatie niet om mij een gunst te verlenen omdat ik het toevallig leuk vind om met hun onderwerp bezig te zijn. Ik heb voor mijn studieopdracht informatie uit het werkveld nodig. Geen paper betekent geen cijfer. En zonder cijfer kan ik niet zomaar door naar het volgende onderdeel of uiteindelijk naar het volgende studiejaar. Dat maakt het soms best spannend wanneer je wekenlang bezig bent om iemand te vinden die bereid is om een paar vragen te beantwoorden. Mijn beschikbare studietijd is bovendien beperkt. Meestal is vrijdag mijn studiedag. Mijn studie kan ik grotendeels vanuit huis doen, wat heel fijn is, maar dat betekent natuurlijk niet dat ik onbeperkt tijd heb. Mijn vakken zijn bovendien maar een bepaalde periode beschikbaar. Ik wil ze binnen die periode afronden en kan dus niet eindeloos wachten tot een organisatie misschien nog antwoord geeft.

Als niemand wil meewerken, kan ik de opdracht simpelweg niet uitvoeren zoals die bedoeld is. In het ergste geval zou ik een eerste deel opnieuw moeten schrijven omdat ik de informatie waarop dat deel gebaseerd moest zijn niet kan verzamelen.

Gelukkig zijn er soms ook oplossingen

Bij mijn meest recente paper liep ik dus tegen precies dit probleem aan. De questionnaire werd uiteindelijk niet ingevuld. Er kwamen wel twee reacties op een open vraag die ik had gesteld. Daar was ik eerlijk gezegd al blij mee, omdat het in ieder geval twee reacties uit het werkveld waren maar de rest van de vragen werden genegeerd. Na overleg met mijn opleider bleek gelukkig dat ik mijn paper op een andere manier mocht vormgeven. Daardoor kon ik de twee afzonderlijke antwoorden die ik had gekregen toch gebruiken. Dat vond ik een fijne oplossing, maar het maakte ook duidelijk hoe afhankelijk je als student kunt zijn van iets waar je zelf eigenlijk maar beperkte invloed op hebt.

Zou het niet makkelijker kunnen?

Ik vraag me daarom weleens af of (overheids)organisaties die heel veel verzoeken van studenten krijgen dit niet iets duidelijker zouden kunnen aangeven. Bijvoorbeeld op hun website. Als een (overheids)organisatie geen nieuwe aanvragen van studenten behandelt, zou het voor mij als student juist heel prettig zijn om dat gewoon te weten. Of misschien kan er een speciaal e-mailadres zijn voor studentenverzoeken. Of kan een organisatie aangeven aan welke voorwaarden een verzoek moet voldoen en welke soorten vragen wel of niet in behandeling worden genomen. Een duidelijke afwijzing is uiteindelijk veel makkelijker dan helemaal geen reactie. Dan weet ik dat ik verder moet zoeken. Al weet ik natuurlijk ook dat ze mij helemaal niets verplicht zijn. Het is een gunst die ze mij verlenen waarbij “nee heb je, ja kun je krijgen” de hoofdtoon voert. 

Ook opleidingen hebben hier misschien iets in te doen

Tegelijkertijd vraag ik me ook af of opleidingen voldoende rekening kunnen houden met hoe dit in de praktijk werkt. Op papier klinkt het logisch: voor je paper verzamel je informatie uit het werkveld. Maar als je vervolgens zelf een organisatie moet vinden, contact moet leggen, iemand moet vinden die tijd heeft, moet wachten op antwoord en uiteindelijk misschien alsnog een afwijzing krijgt, kan daar behoorlijk wat tijd in gaan zitten. En niet iedere student heeft een groot professioneel netwerk waar hij of zij uit kan putten. Ik heb dat netwerk ook niet zomaar voor ieder onderwerp beschikbaar. Ik probeer daarom zelf actief organisaties te vinden die bij mijn onderwerp passen. Maar ook als ik wel organisaties uit mijn netwerk raadpleeg is het niet een gegeven dat ik reactie krijg.

Wat ik vanaf nu anders ga doen

Ik heb inmiddels wel besloten dat ik het bij volgende opdrachten iets anders ga aanpakken.

Als er een telefoonnummer beschikbaar is, wil ik eerst bellen voordat ik een uitgebreid verzoek stuur. Niet om iemand te overvallen met mijn questionnaire of verzoek, maar gewoon om te vragen of de organisatie überhaupt openstaat voor medewerking aan een studieopdracht. Als iemand enthousiast reageert, wil ik dat vervolgens meteen per e-mail bevestigen. Dan staat duidelijk op papier wat we hebben besproken en wat ik nodig heb.

Tot nu toe benader ik meestal één organisatie tegelijk. Dat doe ik omdat ik het vervelend vind om meerdere organisaties tegelijk te vragen en vervolgens misschien een organisatie te moeten afwijzen omdat iemand anders eerder heeft gereageerd. Misschien moet ik daar ook nog iets zakelijker in worden. Ik heb uiteindelijk tenslotte zelf een deadline en kan niet wekenlang op één organisatie blijven wachten.

Ik begrijp beide kanten

Ik wil met dit verhaal overigens absoluut niet zeggen dat organisaties verplicht zijn om studenten te helpen. Ik begrijp heel goed dat medewerkers hun eigen werk hebben en dat een organisatie niet voor iedere student tijd kan vrijmaken. Zeker wanneer je bedenkt hoeveel studenten en onderzoekers organisaties waarschijnlijk regelmatig benaderen. Maar ik denk wel dat er aan beide kanten iets te winnen valt wanneer er duidelijker wordt gecommuniceerd.

Als een organisatie niet kan meewerken, hoor ik dat liever dan helemaal niets. En als een opleiding verwacht dat studenten informatie uit het werkveld verzamelen, zou het misschien goed zijn om ook rekening te houden met de mogelijkheid dat die medewerking niet vanzelfsprekend beschikbaar is.

Voor mij blijft het zoeken naar informatie uit het werkveld namelijk wel waardevol. Juist omdat ik mijn studie graag verbind aan mensenrechten, wil ik niet alleen weten wat er in boeken staat. Ik wil ook begrijpen hoe onderwerpen er in de praktijk uitzien.

Alleen zou het fijn zijn als het soms iets makkelijker was om daadwerkelijk bij die praktijk binnen te komen.

Mocht jij ook studeren en hier tegen aanlopen; hoe pak jij dit aan? 


Vorige
Vorige

Menu week 41

Volgende
Volgende

Kinderkleding organiseren: ons systeem voor meerdere (kleine) kinderen